| In het montessorionderwijs heeft het materiaal een enorm
belangrijke plaats. In de montessorischool "onderwijst" het
kind zichzelf door het werken met de speciaal ontworpen
montessorileermiddelen. Dit zijn aantrekkelijke, meestal
eenvoudige aan het kind aangepaste materialen die de
"controle op de fout" bevatten, d.w.z. als het kind een fout
maakt, kan hij dat aan het materiaal zelf zien en ontdekken.
Zo heeft hij geen volwassene nodig om hem op zijn fout te
wijzen en daardoor zijn zelfvertrouwen misschien te
schaden.
Met concreet en symbolisch materiaal krijgt het kind inzicht
in soms moeilijke en abstracte begrippen. Het materiaal
geeft de mogelijkheid om zoveel mogelijk zintuigen te
gebruiken bij het in zich opnemen van de stof.
Het nodigt ook uit tot spontane herhaling van de handeling.
Hierdoor en door de manier waarop ze ermee kunnen werken,
gaan kinderen echt in hun bezigheid op.
Het "huishoudelijk materiaal", ook "materiaal voor het
praktische leven" genoemd, is speciaal gericht op het zeer
jonge kind (2,5 – 3,5 jaar) en leert het kind hoe het
zichzelf en de omgeving moet verzorgen. Met dit materiaal
leert het kind zichzelf aan- en uitkleden, door met
verschillende rekken te werken met o.a. knopen, drukknopen,
ritssluiting, gespen, veters, strikken, haken en ogen.
Het "zintuiglijke materiaal" biedt haar de mogelijkheid zijn
zintuigen te gebruiken om de wereld rond zich heen te
ervaren. Het leert hiermee de verschillen beoordelen in
hoogte, lengte, gewicht, in kleuren, geluiden, geuren en ook
in vormen en stoffen.
De "materialen" op het gebied van taal, rekenen,
aardrijkskunde, biologie en andere kennisgebieden zijn
geschikt voor zijn "intellectuele ontwikkeling".
Het materiaal ziet er aantrekkelijk uit en moet zeer
zorgvuldig onderhouden worden. Daardoor vormt het
voortdurend een uitnodiging en dat is nu precies waar het om
gaat.
|